“Als je India aan kunt, kun je de wereld aan”. “Alles extremen vind je hier, van het mooiste wat je ooit gezien hebt tot het meest verschikkelijke”. En hoe waar dit is. Net weer even de Hindu doorgebladerd, de Chennai-based Nationale Krant. In plaats van zonneschijn, vandaag regen op mijn blog.
In de marge kom je dan de komende berichten tegen:
- A professor was killed when a lorry dashed against his moped near here on Monday.
- An unidentified gang hacked a youth to death in broad day light at Thammampatti bus stand near Attur on Tuesday.
- As many as 25 passengers sustained injuries when a mini bus in which they were travelling overturned on the road at Singalandapuram near Rasipuram on Tuesday.
- Five persons drowned while trying to rescue a girl from a pit at Polgunam village near Keezhpennathur in Tiruvannamalai district on Monday
- Statistics available with the Chennai City Traffic Police say that in the southern suburbs, 235 people were killed in road accidents in 2006 and last year, the number increased to 278.
Niks nieuws onder de zon… In Chennai dan.
Gisterennacht kwam ik om 0:30 thuis. De straten bezaaid met zooi, en tussen de zooi kun je menselijke vormen ontdekken. Bedekt met een matje, of gewoon uitgestrekt op de tegels. Zo zag ik eens een jongen van een jaar of 8, helemaal alleen, zijn matje midden op de stoep neerleggen en slapen maar. En een vrouw die een menselijke bundel droeg, dood of levend? Wie zal het zeggen?
Mijn collega, verbaasd opmerkend tijdens de lunch: “Er worden al een tijdje steeds minder lichamen op het strand gevonden”.
Vervolgens sprekend over Afrika, hoe erg het is daar en hoe veel mensen dood schijnen te gaan aan de honger. Gezien in een rondgestuurde PowerPoint. Het bleef in hun hoofden spoken. Maar de honger op de stoep wordt niet gezien of opgemerkt.
Het stemt me verdrietig. En wat me soms het meeste verdriet doet is het feit dat je er aan went. Redelijk went aan alle mensen die je om eten vragen, of om een paar rupee. Redelijk went aan de slapende mensen op straat en er omheen slalomt. Je hoofd wegdraait van de familie die boven op die brug woont waar je elke twee keer langskomt per dag. Je weet dat als je de armoe en ellende te dichtbij laat komen je het niet meer trekt. Dus beschaamd bescherm je jezelf voor jezelf. Maar echt wennen mag en doet het nooit.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten